Wij-water

 

Zeeruis, zeeruis

Gezegend

Mijn zeehuis

Verzuim door statische golven, gruis

Duinen dal

Dal, zie daar schuim

Schuim

Ruis

Onder het zeebed zal ik dwalen

Huilen, wenen

Het zeer verruilen

tot zeeschuim wederkeren

 

Hoor daar, daar het dal

Waar menig zonlicht raakt

Het duister, de donder

Nu mijn donkerheid

Diepte, zie mij zwerven

Zweven

Aan 't kruis

geheven

Puin, het huis

van as en gruis

Ik, alleen

Nu wij-water

 

Zo hoog, zo ver

en één gemist

Geklommen

Geploeterd

Gevallen

en géén gemis

Uitgegleden en

gevlucht

niet gevangen

Ik ben lucht

Uit de hemel geplukt,

en in mijn eigen schoot gevallen